Selecteer een pagina

In 2002 bedroeg de liquidatiebelasting 0%. In de loop van datzelfde jaar besliste de regering de liquidatiebelasting op te trekken van 0% naar 10%. Vanaf 1 oktober 2014 steeg dezelfde belasting nogmaals van 10% naar 25% en vanaf 1 januari 2016 bedraagt de liquidatiebelasting zelfs 27%.

Wat de toekomst zal brengen inzake liquidatiebelasting weten we niet, maar de kans lijkt klein dat deze heffing zou dalen.

In het verleden werden een aantal maatregelen in het leven geroepen om de bestaande en nieuwe reserves al dan niet vervroegd uit te keren aan een liquidatiebelastingstarief van 10%.

Wat is nu juist die liquidatiereserve waarop de liquidatiebelasting betaald moet worden?

Het regime van de liquidatiereserve laat KMO’s toe de winst van het boekjaar te boeken als liquidatiereserve en hiervoor via het aanslagbiljet vennootschapsbelasting alvast 10% liquidatiebelasting te betalen.

Bij een latere liquidatie is er in dat geval geen liquidatiebelasting meer verschuldigd op die liquidatiereserve. Andere reserves of winsten die worden uitgekeerd bij de liquidatie zullen alsnog belast worden aan 27%.

Stel dat uw vennootschap 10.000 euro winst heeft na de vennootschapsbelasting. Die 10.000 euro winst kan geheel of gedeeltelijk geboekt worden als liquidatiereserve, maar dan zal u samen met het aanslagbiljet vennootschapsbelasting nog 10% liquidatiebelasting moeten betalen. Zijnde 10.000,00 / 1.10 = 9.090,91 x 10% = 909,09 euro liquidatiebelasting.

Het saldo, zeg maar, 10.000,00 euro minus 909,09 euro, of 9.090,91 euro kan dan belastingvrij worden verdeeld onder de aandeelhouders bij de ontbinding van de vennootschap.

Indien u niet wenst te wachten tot de ontbinding van uw vennootschap, kan u toch nog fiscaal interessant een deel of de gehele liquidatiereserve privé opnemen, maar dan moet u een wachttijd respecteren van minimaal 5 jaar. Na deze wachttijd dient uw vennootschap nog eenmaal 5% extra te betalen aan liquidatiebelasting. In dat geval kan het nettobedrag uitgekeerd worden aan de aandeelhouders, zelfs vóór de ontbinding van de vennootschap.

Ons voorbeeld. U hebt 9.090,91 euro liquidatiereserve staan, maar wenst deze na de wachttijd van 5 jaar op te nemen. Dan dient uw vennootschap nogmaals te betalen: 9.090,91 / 1.05 = 8.658,01 euro x 5% of 432,90 euro. Het nettobedrag van 8.658,01 euro mag de vennootschap dan verder belastingvrij overschrijven op de privérekening van de aandeelhouders.

De vennootschap heeft in dit voorbeeld betaald aan liquidatiebelasting: 909,09 euro + 432,90 euro, of 1.341,99 euro, op een brutowinst van 10.000,00 euro. We komen dus uit op een gemiddeld tarief van 13,42%. Dit is heel wat voordeliger dan de 27% die anders op het einde wordt aangerekend, en waarschijnlijk interessanter dan het toekennen van een dividend. Bovendien is het zelfs financieel aantrekkelijker dan uzelf een hogere wedde toe te kennen.

Tot slot stippen we aan dat u mogelijks ook nog het recht heeft een bijzondere liquidatiereserve uit uw vennootschap te halen aanslagjaar 2014.

Voor meer informatie contacteer onze specialist Michel Corthout op +32 2 788 25 80